Wie tijdens de vakantie nood heeft aan een leestip, geef ik deze mee: ‘Eichmann in Jerusalem’ door Hannah Arendt. Niet omwille van de grootse literaire stijl. Arendts gedetailleerde beschrijving van het morele verval in Duitsland en de rest van Europa grijpt net aan door haar directheid. Haarfijn analyseert ze de psychologie van Adolf Eichmann, de bureaucraat die zijn organisatietalent aanwendde om 6 miljoen joden te deporteren. En interessant voor taalkundigen: Arendt besteedt veel aandacht aan de rol die taal speelde in de ontwikkeling van de gruwelijke nazimachinerie.

Politiek gespin par excellence

Het is bekend dat de nazi’s meesters in propaganda waren. Hannah Arendt belicht in haar boek het gebruik van taalregels (Sprachregelung) door de top van de nazi’s en de Duitse administratie. Wie in die regels geïntroduceerd werd, moest een eed afleggen en promoveerde van Befehlsträger (drager van orders) tot Geheimnisträger (drager van geheimen). Arendt wijst erop dat de keuze voor Träger ter vervanging van het vroegere Empfänger (ontvanger) niet neutraal was. Met de nieuwe woordkeuze bezorgden de betrokkenen zich een aura van verantwoordelijkheidszin en belangrijkheid.

Concreet kregen de ‘dragers van geheimen’ via de taalregels precieze richtlijnen over hoe ze moeilijke zaken aan het brede publiek moesten verkopen. Zij spraken zelden over het ‘doden’ van joden, maar over de ‘definitieve oplossing’, ‘evacuatie’ (Aussiedlung) of ‘bijzondere behandeling’ (Sonderbehandlung). ‘Deportatie’ werd ‘herhuisvesting’ (Umsiedlung) of ‘werk in het Oosten’ (Arbeitseinsatz im Osten).

De taalregels creëerden een geheel nieuw kader voor activiteiten die die top normaal gezien als moord en leugens zou bestempelen. Dat was niet alleen handig om de waarheid voor buitenstaanders te verbergen. De taalregels moesten in de eerste plaats de orde en mentale gezondheid garanderen binnen alle diensten die bij de uitroeiing van de joden betrokken waren. De confrontatie met de werkelijkheid viel zelfs Eichmann zwaar. Wanneer een arbeider hem in Treblinka uitlegt hoe hij joden “met gas vergift”, komt de waarheid hard aan. En opvallend: Eichmann lijkt vooral gechoqueerd door “de vulgaire en onbeschaafde stem” waarmee hij het systeem uitlegt.

Als gevolg van de taalregels vond men nauwelijks de woorden ‘uitroeiing’, ‘liquidering’ of ‘doden’ in de briefwisseling van de nazi’s. De Duitse ambtenarij bleef daardoor perfect draaien, met de gekende desastreuze gevolgen. Het duurde ook erg lang voor de overheden van bezette landen begrepen wat codewoorden als ‘definitieve oplossing’ precies betekenden. Zodra ze er achter kwamen, stopten de meesten hun medewerking aan de deportaties. De taalregels kunnen dus als een van de meest succesvolle voorbeelden van politiek gespin gelden.

De juiste woordkeuze

Het is nogal bizar om naar de nazi’s te verwijzen om het belang van een woordkeuze aan te tonen. Maar tegelijkertijd doen hun praktijken nadenken over de woordkeuzes door onze eigen administraties en politici. Hoe kaderen zij de werkelijkheid? Met welke bedoeling?

De paradox vandaag is dat er weinig geheim blijft. Journalisten onthullen zowat alles met nieuwswaarde. Tegelijkertijd wil het publiek zo min mogelijk geconfronteerd worden met het noodlot van anderen. Denk aan het lot van bootvluchtelingen. Wanneer een volle boot voor de camera in de Middellandse Zee kapseist, schreeuwen we allemaal onze verontwaardiging uit. Maar onze oplossing? Meer middelen voor grensbewaking. Overheid en politici gebruiken ‘neutrale’ termen als ‘gesloten centra’, ‘(humaan!) terugkeerbeleid’, ‘repatriëring’ of Frontex. Termen die voor vluchtelingen allesbehalve neutraal zijn. Zelf vind ik het idee dat een mens ‘illegaal’ kan zijn, nog steeds zeer vreemd. Opnieuw wordt taal gebruikt om afstand te creëren ten opzichte van een harde werkelijkheid.

Het blijft niet beperkt tot ons asiel- en migratiebeleid. Geschiedkundige Rutger Bregman pleit er tegenwoordig voor ons woordgebruik over herverdeling te herzien. Waarom ‘verdient’ een CEO bijvoorbeeld een bonus, terwijl zijn werknemers loon ‘moeten’ inleveren? Zou u niet liever ‘belastingen’ betalen als het uw ‘bijdrage aan de maatschappij’ genoemd wordt?

Met woorden duiden we niet alleen de werkelijkheid aan. We sturen er in grote mate onze perceptie van die werkelijkheid mee. Zolang we dat niet beseffen en nadenken over de dingen zoals ze zijn, is het wel heel gemakkelijk om, net als Eichmann, ons geweten opzij te zetten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *