bompa fransBeste familie en vrienden,

Vandaag nemen we afscheid van Frans Geypen, mijn bompa en peter. Ik dacht -of hoopte- dat dit moment nog lang op zich zou laten wachten, dat ie het record van zijn vader zou breken. Het heeft niet mogen zijn. Bompa zat nochtans vol levensvreugde. Vreugde die vooral uit zijn pretoogjes straalde.

Bompa was geen grote prater en zei de laatste tijd niet veel meer, maar wanneer je hem recht in de ogen keek, dook een schittering in zijn ogen op. Ik heb die schittering de laatste keer gezien tijdens een bezoek aan de Witte Meren. Een verpleger noemde hem een deugniet en vertelde dat hij nog wel eens geintjes durfde uithalen. Bompa kreeg pretoogjes. Hij leek er trots op te zijn. Hij leek wel een kind gevangen in het lichaam van een oude man. Hij broedde op een nieuwe streek, dat zag je zo. Zijn ogen straalden een zekere vrijheid van geest uit, ondanks dat tegenstribbelende lichaam.

De meesten onder jullie weten dat zijn geest de laatste jaren ook tegenstribbelde. Ik ben me pas bewust geworden van die pretoogjes toen ze er een keer niet meer waren, toen af en toe een sluier over zijn ogen trok. In het begin ging dit gepaard met verwarring, later frustratie en ten slotte berusting. Toch verdwenen ze nooit helemaal. En ik besef nu dat ze er altijd zijn geweest.

Ze blonken in het halfduister van de tuinschuur wanneer bompa ons stiekem de postzegels gaf die hij na een papierslag bij de gepensioneerden had verzameld. Bomma vond het niet fijn dat ie die bijeen schooide, maar hij deed er zijn kleinkinderen al te graag een plezier mee.

Ze blonken die zomeravond toen hij ons op ons hoofd leerde staan. Hij had het geduld ons stap voor stap uit te leggen hoe dat moest en moet ongelofelijk gelachen hebben toen hij zijn vijf kleinkinderen in het gras zag spartelen.

Ze blonken telkens hij het resultaat van zijn werk in de moestuin liet zien. Voor mij blijft bompa altijd die grote, sterke man die in short door zijn tuin wandelt of onder het afdak, samen met bomma, van het zomerweer geniet.

Zijn pretoogjes verschenen wanneer we vertrokken, hij onze hand stevig vast nam en met onze vingerkootjes speelde. Of beter nog: wanneer hij je vast nam en een veeg met zijn stoppelbaard gaf.

Ze verschenen verrassend toen we met Håkon een keer langs kwamen. Bomma was in de keuken. Hij stond plots op en begon met de lichtschakelaar te spelen: aan-uit-aan-uit-aan. En hij hield die kleine in ’t oog. Die amuseerde zich kostelijk, net als hij.

Terwijl ik aan mijn rede begon, doken zoveel andere leuke herinneringen op: de wandelingen die we door de bossen achter hun tuin hebben gemaakt, de dennenappels die we samen raapten, de spelletjes scrabble of dammen tijdens de familiefeesten, de puzzels die we oplosten. Ik herinner me ook een groot feest waar we dansten. Het lukte niet zo best. Terwijl bompa maar de maat bleef geven, struikelde ik over zijn voeten. Hij vond het niet erg. Hij had al lang niet meer gedanst en deed dat zo graag.

Ik herinner me ook dat hij tijdens mijn eerste jaar aan de unief helemaal naar Leuven is gekomen om mijn fietsband te maken. Dat moet in 2004 of 2005 zijn geweest. Door die laatste herinnering besef ik dat hij een goed leven heeft geleefd. De sluier over zijn ogen is in de laatste tien jaar van zijn leven tevoorschijn gekomen. Ik besef dat minstens 72 jaar heel goed zijn geweest.

Na zijn pensioen hebben bompa en bomma het er goed van genomen. Je moest bellen om zeker te zijn dat ze thuis waren. Ofwel zaten ze met hun gratis treinabonnement aan zee, ofwel fietsten ze met de gepensioneerden -een veredelde kroegentocht als ik op hun beschrijvingen mag afgaan. Zijn huidkanker leek eerder een lastig akkefietje. Hij sprong, goed ingepakt met sjaal, pet en handschoenen evengoed op zijn fiets.

Tot hij de weg niet meer naar huis vond. Het was ongetwijfeld moeilijk om dat laatste stukje vrijheid los te laten. Gelukkig kon hij nog naar de dagopvang in De Witte Meren. Daar leek hij zich te amuseren. Hij was graag onder de mensen. Er werd gedanst, gewandeld, … Zijn pretoogjes doken op de foto’s van de activiteiten op.

Ze doken ook op wanneer we later met Håkon langs kwamen. Door die kleine besefte ik hoe attent en vinnig hij nog kon zijn. Als Håkons speelgoed dreigde te vallen, had hij het nog te pakken. Als de kleine in de buurt kwam, wenkte hij hem met zijn trillende hand.

Hij probeerde dat ook die laatste zondag te doen, al heb ik dat niet doorgehad. In zijn ogen zag je alleen verbazing, omdat Håkon hem uit zijn slaap had gewekt. Ik geloof dat hij dat niet erg vond. We wensten hem gelukkige verjaardag, omdat het te moeilijk was afscheid te nemen.

Afgelopen zondag sloot bompa voorgoed zijn ogen. Hij hield van het leven en hij heeft er lang voor gevochten. Een leven dat groots was in zijn eenvoud en warmte. Bompa heeft zijn rust zeker verdiend.

Bompa is niet meer, maar zijn pretoogjes zijn niet verdwenen. Ze schitteren in onze herinneringen en op onze foto’s met hem. Ik zie ze vaak bij mijn papa die nu ook ‘bompa’ is. Hij wou heel graag ‘bompa’ zijn.

Bompa Frans, dankjewel voor die pretoogjes, voor de fijne herinneringen en de tijd die je met ons doorbracht. We zullen ze niet vergeten. Merci.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *