premio strega 14

Francesco Piccolo wint Premio Strega 2014

Gisteren, 3 juli, beloofde een hoogdag voor de Italiaanse literatuur te worden. De Premio Strega, Italiës grootste literaire onderscheiding, werd in Rome voor de 68ste keer uitgereikt. RAI 3 besteedde er bijna anderhalf uur aan. Knap, en ongewoon voor ons Vlamingen die aardig moeten zoeken naar een cultureel tv-programma, ware het niet dat er bijzonder weinig aandacht ging naar de literaire kwaliteiten van de vijf laureaten.

Terwijl de genomineerde auteurs bescheiden hun liefde voor literatuur probeerden over te brengen, speelde het ego van presentator Gerardo Greci constant stoorzender. Er bleek meer interesse te zijn voor de historische Villa Giulia en de dalende verkoopcijfers van boeken dan voor de stijl van de auteurs. De enige fragmenten die werden voorgelezen, waren die van klassiekers als ‘Il nome della rosa’ (Umberto Eco) en ‘Il gattopardo’ (Giuseppe Tomasi di Lampedusa). Ontzettend jammer, want de Premio Strega zag in 1947 net het levenslicht omdat een clubje intellectuelen na de ellende van het fascisme en de tweede wereldoorlog zich recht trok aan de schoonheid van literatuur. Een verhaal dat in het door crisis geteisterde Italië opnieuw zou kunnen aanslaan.

Onder de genomineerden zaten bovendien werken die bijzonder relevant zijn voor onze hedendaagse maatschappij. De Italiaanse literatuur wentelt zich zeker niet in het verleden. Al doet de hele voorstelling van de Premio Strega anders geloven. Laten we beginnen met winnaar Francesco Piccolo. Hij brengt met ‘Il desiderio di essere come tutti’ tegelijk een persoonlijk verhaal en een analyse van politiek Italië. In het boek vertelt hij hoe hij op zijn tiende besluit communist te worden. Zijn leven lang zal hij echter worstelen met zijn eigen identiteit: voor zijn vader is hij veel te links, maar als burgerzoon hoort hij nooit volledig bij de communisten. Door die afstand ten opzichte van beide partijen wordt Piccolo een scherp observator van de Italiaanse politiek. Hij schept zijn eigen politieke filosofie die plicht en levensgenieten met elkaar verzoent. Die mengeling wordt ook vertaald in de stijl van het boek: tussen roman en essay in. Ongetwijfeld speelde het feit dat een deel van de jury zich in zijn verhaal herkende, een grote rol bij zijn verkiezing.

Ik voeg nog twee andere genomineerden aan mijn leeslijst toe: ‘Il padre infedele’ van Antonio Scurati en ‘Non dirmi che hai paura’ van Giuseppe Catozzella. Het eerste werk belicht de zoektocht van moderne vaders naar hun nieuwe rol in de maatschappij. Hoofdpersonage Glauco Revelli is een typische Italiaan: eigenaar van een succesvol restaurant, gehuwd en op late leeftijd vader geworden. De plotse tranen van zijn vrouw zetten hem echter aan het denken over zijn levensstijl. De oude pater familias heeft afgedaan, maar wat moet in de plaats komen? Het resultaat is een zeer persoonlijke roman die tegelijk een éducation sentimentale nieuwe stijl is.

‘Non dirmi che hai paura’ vertelt het verhaal van de Somalische loopster Samia die er alles voor doet om deel te nemen aan de Olympische Spelen in Londen. Giuseppe Catozella schetst de hopeloze situatie waarin vele Somaliërs zich bevinden en klaagt het lot van de bootvluchtelingen in het Middellandse Zeegebied aan. Actueler en relevanter kan je bijna niet vinden. Hopelijk gaat het daar ook eens over tijdens de volgende uitreiking van de Premio Strega. En ik, ik kijk er al naar uit deze turven te verslinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *