As South Sudan celebrates its first Independence Day, citizens slowly reconstruct their towns and homes.For years, the South Sudanese village of Kanajak was deserted. Like so many other communities, it was caught in the crossfire of one of Africa’s longest running wars and its population fled north.When peace arrived in 2005, millions of displaced southerners began to return home. One of them is Adut Got, a 28-year-old mother of six who late last year decided to come back after living for 15 years as a refugee in Khartoum, the Sudanese capital.

“Everything was destroyed in the village—the houses, the fields,” she says. “We didn’t know where to start rebuilding.”

Most of Kanajak’s 1,500 residents have returned, but people are finding it difficult to make ends meet. United Nations food rations are no longer distributed, Adut Got says, and some of the villagers work modest plots of land planted with sorghum and sesame. Most villagers work as day labourers in surrounding farms. Some collect wood in the bush to burn and sell as charcoal in Aweil, a day’s walk away.

The situation is similar in towns all across South Sudan. According to a recent United Nations report, food shortfalls have worsened across the country in the first four months of 2012. Nearly half the population of South Sudan—4.7 million people—risks serious food shortages this year.

Drinkable water presents another challenge. When people first returned to Kanajak, they were forced to make do with untreated water collecting in stagnant pools, or else walk to wells several hours away.

“People were very sick,” says Adut. “Children especially were suffering from diarrhoea all the time.”

Terwijl Zuid-Soedan zijn eerste onafhankelijkheidsdag viert, bouwen burgers langzaam hun dorpen en huizen weer op.Jarenlang was het Zuid-Soedanese dorp Kanajak verlaten. Net als zovele andere gemeenschappen, kwam ze in de vuurlinie van een van Afrika’s langst durende oorlogen terecht en haar bevolking vluchtte noordwaarts.Na de vrede van 2005 begonnen miljoenen ontheemde zuiderlingen naar huis terug te keren. Een van hen is Adut Got, een 28-jarige moeder van zes die eind vorig jaar besliste terug te komen. Ze leefde voordien 15 jaar als vluchtelinge in Khartoem, de Soedanese hoofdstad.

“Alles was vernield in het dorp: de huizen, de velden,” zegt ze. “We wisten niet waar we moesten starten met de heropbouw.”

De meerderheid van Kanajak’s 1.500 inwoners zijn teruggekeerd, maar de mensen komen er moeilijk rond. De voedselrantsoenen van de Verenigde Naties worden niet langer verdeeld, zegt Adut Got, en sommige dorpelingen bewerken bescheiden lapjes grond beplant met sorgo en sesam. De meeste dorpelingen werken als dagarbeiders in de omringende boerderijen. Anderen verzamelen hout in de rimboe om te verbranden en als houtskool te verkopen in Aweil, dat op een dag wandelen ligt.

De situatie is gelijkaardig in verschillende dorpen over heel Zuid-Soedan. Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties, zijn de voedseltekorten over het hele land verslechterd tijdens de eerste vier maanden van 2012. Bijna de helft van de Zuid-Soedanese bevolking—4,7 miljoen mensen—dreigt dit jaar het slachtoffer te worden van ernstige voedseltekorten.

Drinkbaar water vormt een andere uitdaging. Toen mensen pas naar Kanajak terugkeerden, moesten ze zich behelpen met onbehandeld water dat zich in stilstaande plassen verzamelde, of naar bronnen wandelen die meerdere uren verderop lagen.

“Mensen waren erg ziek,” zegt Adut. “Vooral kinderen leden de hele tijd aan diarree.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *