La presente relazione riguarda la valutazione e la definizione delle relazioni causa – effetto che caratterizzano i diffusi fenomeni di dissesto presenti nell’edificio di proprietà di XXX, dissesti che si sono presentati precocemente all’indomani della fine dei lavori di edificazione del manufatto e che hanno manifestato una progressione continua, sia per numerosità che per gravità, negli anni successivi.

[…]

Scopo principale della presente relazione di perizia è quindi quello di identificare la gravità di alcuni difetti strutturali dell’edificio mettendone in risalto:

  1. le anomalie congenite e gli errori tecnico-costruttivi caratterizzanti l’assetto strutturale complessivo dell’edificio, riconducibili sia all’attività progettuale espletata che alle fasi costruttive di edificazione, con particolare riferimento ai prevedibili difetti di interazione suolo-struttura che hanno interessato da un lato le gerarchie dei carichi agenti, dall’altro il comportamento stesso degli elementi costruttivi principali;
  2. la netta divisione, in conseguenza di quanto evidenziato al punto precedente, del comportamento strutturale dell’edificio in aree distinte, quale elemento causale prevalente dei dissesti e dei quadri fessurativi attualmente presenti.

L’assetto strutturale dell’edifico, nella sua interazione con il suolo attravreso le strutture di fondazione, presenta una marcata differenziazione del comportamento dei suoi elementi costruttivi principali. Si possono evidenziare tre aree distinte:

  • l’area relativa alla platea basamentale, posta al livello più basso, corrispondente alla superficie di ingombro del garage e del seminterrato; tale area si caratterizza per una interazione con il suolo di fondazione basata sul trasferimento di sollecitazioni omogenee e distribuite sull’intera superficie in virtù della sufficiente rigidezza della piastra di fondazione stessa;
  • l’area relativa allo sviluppo delle murature portanti perimetrali e di alcune murature interne di tipo secondario, disposta al livello del piano di campagna, che interagisce con il suolo di fondazione attraverso il trasferimento di sollecitazioni distribuite linearmente;
  • l’area discretizzata in più elementi isolati, relativa al trasferimento al suolo, da parte dei pilastri in acciaio, di sollecitazioni puntali a forte concentrazione, costituita dai plinti di fondazione posti al di sotto dei pilastri stessi.
Het voorliggende rapport betreft de waardering en de bepaling van de oorzakelijke verbanden tussen de verschillende vormen van instabiliteit in de woning van XXX. Deze onevenwichten verschenen voortijdig, meteen na het einde van de bouwwerken aan het pand, en vorderden continu, zowel in aantal als in ernst, in de daarop volgende jaren.

[…]

Het hoofddoel van het voorliggende onderzoeksrapport is bijgevolg het bepalen van de ernst van enkele structurele gebreken van het gebouw waarbij het volgende besproken wordt:

  1. de inherente onregelmatigheden en de technisch-bouwkundige fouten die het globale structurele ontwerp van het gebouw kenmerken. Deze zijn ofwel tot de uitgevoerde planning ofwel tot de bouwfasen te herleiden, met bijzondere aandacht voor de voorspelbare gebrekkige interactie bodem-structuur die enerzijds de hiërarchie in de verschillende draagelementen betreft, en anderzijds het gedrag zelf van de voornaamste bouwkundige elementen.
  2. de precieze verdeling, volgend uit hetgeen uit het vorige punt duidelijk werd, van het structurele gedrag van het gebouw in afzonderlijke zones. Dit is de voornaamste oorzaakvan de momenteel aanwezige onevenwichten en verzameling barsten.

Het structurele ontwerp van het gebouw vertoont, in haar interactie met de bodem via de funderingsstructuren, een opvallend verscheiden gedrag van zijn belangrijkste bouwkundige elementen. Men kan drie verschillende zones onderscheiden:

  • de zone van de funderingsplaat, op het laagst gelegen niveau. Deze komt overeen met de belaste oppervlakte van de garage en de kelder; deze zone wordt gekenmerkt door een interactie met de funderingsbodem gebaseerd op de overdracht van homogene en verdeelde druk over het gehele oppervlak dankzij de voldoende starheid van de funderingsplaat zelf;
  • de zone die de buitenste draagmuren en enkele secundaire binnenmuren steunt, aangelegd op het maaiveld, en die met de funderingsbodem interageert via de overdracht van lineair gespreide druk;
  • de zone waarin meerdere, afzonderlijke elementen onderscheiden worden, met betrekking tot de overdracht naar de bodem. Vanuit de stalen pilaren vertrekt een puntvormige, sterk geconcentreerde druk naar de funderingsvoeten die onder deze pilaren geplaatst werden.