Jawel, een vakantie doet deugd en levert meer dan genoeg materiaal voor een blog. Mijn lectuur deze vakantie: “Mijn ontsnapping” (“Histoire d’une évasion”) van de Franse schrijfster Benoîte Groult. Een klein boekje dat ik eens meegenomen heb als prijs na een quiz zonder iets over de schrijfster te weten en dat in het kader van het project “Zorg nu eens dat je al je boeken gelezen hebt voor je nieuwe koopt!” aan de beurt kwam. (Vandaar ook dat ik het boekje in het Nederlands gelezen heb en niet in het Frans zoals elke filoloog hoort te doen.) Het eerste deel van het boek kon me slechts matig boeien, maar de tweede helft maakt de beloften uit het voorwoord meer dan waar. Dames, lezen die handel, dit is verplichte literatuur! Mannen die om vrouwen geven, eveneens verplichte lectuur! Op mijn leeslijst komen alvast “Ainsi soit-elle” en “Les vaisseaux du coeur”, twee andere boeken van Groult, te staan (daar gaat project “Zorg nu eens dat je al je boeken gelezen hebt voor je nieuwe koopt!”)

Voor de linguïsten onder ons is vooral hoofdstuk 9 heel interessant. Het vertelt over Groults strijd als voorzitster van de “Commission de terminologie pour la féminisation des noms de métiers, de grades et de fonctions” tussen 1984 en 1986. Frankrijk kende tot dan toe al een twintigtal terminologiecommissies om het medische en technologische vocabulaire aan te passen. Deze hielpen het Frans te ontsnappen aan het zo verafschuwde ‘franglais’: woorden als ‘pacemaker’, ‘computer’, ‘hardware’, ‘software’ en ‘walkman’ werden er systematisch vervangen door ‘stimulateur cardiaque’, ‘ordinateur’, ‘logiciel’, ‘informatique’ en ‘baladeur’ (‘Ciné-Parc’ voor ‘Drive-in’ sloeg niet aan). Op dit ogenblik bestaat er zelfs nog steeds een “Commission générale de terminologie et de néologie” die rechtstreeks onder het gezag van de eerste minister valt(!). Ze moet het gebruik van de Franse taal stimuleren en mikt nu vooral op ‘cyberwoorden’. Een ander bekend, maar extremer (alhoewel) voorbeeld is de invoering van “zuivere” Italiaanse woorden en het verbod op leenwoorden onder Mussolini. De Italianen houden er het woord ‘tramezzino’ in plaats van het Engelse ‘sandwich’ aan over. In het Nederlandse taalgebied bestaat voor deze kwestie de laatste jaren relatief weinig aandacht.

De “Commission de terminologie pour la féminisation” is ongetwijfeld de interessantste en meest gecontesteerde van deze terminologiecommissies. Groult toont op een schitterende manier hoe deze commissie de machtsverhoudingen binnen de Franse taal en haar instituties aantast, de heftige reacties op haar werk en vooral de dubbelzinnigheid van het intellectuele en artistieke milieu in het Frankrijk van de jaren 1980. Ze toont hoe archaïsch de “Académie française” was en is. In 2002 hernam het instituut de verklaring van 1984: « Si, en effet, le français connaît deux genres, appelés masculin et féminin, il serait plus juste de les nommer genre marqué et genre non marqué. Seul le genre masculin, non marqué, peut représenter aussi bien les éléments masculins que féminins. En effet, le genre féminin ou marqué est privatif : un « groupe d’étudiantes » ne pourra contenir d’élèves de sexe masculin, tandis qu’un « groupe d’étudiants » pourra contenir des élèves des deux sexes, indifféremment. » Deze uitleg wordt ook zo in ons onderwijs onderwezen, maar is erg tegenstrijdig: “mannelijk” is “niet-gemarkeerd” en “vrouwelijk” wel? Ik geloof dat de ‘étudiantes’ er niks op tegen hebben om ook mannen bij zich te hebben.

In het Nederlands valt deze tegenstelling niet zo op door het gebruik van ‘de’ zowel bij mannelijke als vrouwelijke woorden. Toch worden in mijn Prisma woordenboek uit 1996 ‘vertaler’ en ‘schrijver’ nog als uitsluitend mannelijk gezien. De Van Dale is vandaag meegaander en beschouwt ze als tweeslachtig. In het Frans doken door de emancipatie van de vrouwen echter de meest eigenaardige constructies op, zoals ‘Madame l’Académicien’, ‘Madame le directeur’ en zelfs ‘Madame le ministre’ (o.a. bij Ségolène Royal). Talrijke Franse intellectuelen die zich doorgaans kenmerkten door hun rationaliteit, hielden elke logische hervorming tegen! (de Québecois, Walen en Zwitsers hadden er minder moeite mee) Anno 2012 lijkt de Académie een beetje geëvolueerd te zijn. Recent lid Amin Maalouf begon zijn discours met het neutrale “Mesdames et Messieurs de l’Académie”. Misschien krijgt hij als buitenstaander meer speelruimte?

Zoals ik in een vorige post al gezegd heb, wijst Groult op het feit dat “taal … niet zomaar een communicatiemiddel [is], het is de weergave van onze vooroordelen, de afspiegeling van onze krachtsverhoudingen, van onze onbewuste verlangens.” Wat geen woord krijgt, lijkt niet te bestaan. Ongewone constructies weerspiegelen iets ongewoons in de maatschappij. Vast staat dat de Fransen een heel bijzondere band met hun taal hebben en dat elke wijziging heftige reacties teweegbrengt. De aanwezigheid van de Franse taal wordt door vele Fransen ook verward met politieke macht. In zekere zin is dat zo door de instellingen rond de Francofonie. Maar dat is een onderwerp voor een andere blogpost.

Nog op zoek naar zomerlectuur? Kom eens langs mijn boekenkast.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *